Afgestudeerde studenten moeten nu netwerken!
June 21, 2007
Netwerken is er altijd geweest, ook voor studenten, maar nu anno 2007…
Netwerken neemt toe. Dit met de reden dat vroeger alles op voorhand bedacht kon worden. De wereld was rustig, maar dat is voorbij. De markten worden nu steeds turbulenter, dus is het steeds moeilijker om op lange termijn te plannen. De hele maatschappij moet van nieuwe informatie worden voorzien. Je moet nu veel meer interactief organiseren om wat gedaan te krijgen, zeker als afgestudeerde/startende werker, en daarvoor heb je je contacten in je netwerk nodig. De huidige maatschappij is dynamischer en complexer geworden, dat is gewoon zo. En dit kun je op de beste manier aangaan via je netwerk.
En dan is er de opkomst van de technologie…
Natuurlijk hebben de technologische ontwikkelingen hier nu veel mee te maken. Bijna alles gaat via internet. Mensen weten daardoor tegenwoordig steeds meer en laten zich informeren. Vroeger was dat veel minder, destijds werd het beperkt met de tv met maar 10 zenders en de radio waar je uit kon kiezen. Dit zijn dingen die behoorlijk veranderd zijn.
De creatieve student VS de meer zakelijk ingestelde student in netwerken…
Ik maak niet zo dat onderscheid in verschillende beroepen en instellingen van studenten. Iedereen in deze tijd moet in een zekere mate creatief zijn. Je kunt creatief zien als toekomstige designers, maar ook toekomstig managers moeten creatief kunnen denken met bijvoorbeeld bedrijfsmodellen, en zo collecties kunnen begrijpen. Je moet dus eigenlijk steeds meer interactie krijgen tussen deze partijen. Als ergens iets speelt, wat dan ook jouw gebied in het vak is, moet je daar op in kunnen spelen. Kortom: Creatief optreden is een must! Maar inderdaad zijn er studenten die een meer artistiek beroep willen die zich meer afzonderen van de rest. Het is dan af en toe wel lastig is deze contacten in stand te brengen. Sommige voelen zich te goed om hun creaties naar het commerciële te “verlagen”. Maar je hebt ook zeker afstudeerders die heel commercieel zijn, uiteindelijk willen ze allemaal wat verkopen. Hoe dan ook, ik vind toch dat deze scheidingen minder worden. Al is het maar dat de creatieve economie enorm in bloei is. Mensen zien dat er geld in deze wereld omgaat en veel van deze mensen willen ook goed leven, een ideale tijd om in het beroepsleven te stappen zal ik zeggen. Mensen zullen dus in verbinding willen treden en samen willen gaan werken. Hierbij is het wel van grote essentie dat mensen de verschillende invalshoeken van hun vak beter te leren kennen, en elkaar leren begrijpen Dit vormt dan ook vaak een valkuil.
Ziet de creatieve afgestudeerde de meerwaarde van netwerken?
Absoluut! Het is het voor bijvoorbeeld jonge/beginnende ontwerpers tegenwoordig echt een meerwaarde om van netwerken gebruik te maken. Het wordt voor hen veel duidelijker waar ze met hun werk heen kunnen en waar de initiatieven liggen. Kortom, ze worden minder aan hun lot overgelaten. En daar zijn ze blij mee. Je ziet ook dat er ook verbindingen tot stand komen. Een beweging is dat bijvoorbeeld bepaalde bedrijven ontwerpers “adopteren”, de ontwerpers gaan ontwerpen voor dat bedrijf en kunnen hun eigen label ernaast aanhouden waar ze dan voor gefinancierd worden. Je krijgt toch steeds meer dat connecties makkelijker tot stand komen dan vroeger, en dit zelfs op een natuurlijkere manier. Je moet dit alles ook een beetje leren. Als er eenmaal wegen zijn gelegd, is het ook voor anderen natuurlijk makkelijker die te belopen. Ik ben hier al heel lang mee bezig, maar het is pas echt sinds 2, 3 jaar dat ook het ministerie van economische zaken het belang ziet van de input van de creatieve sector en hoe goed Nederland zich hierin positioneert. Dus het is voor de overheid eigenlijk een manier om Nederland te promoten op internationaal gebied. Alle kansen voor afgestudeerden liggen open, het is dus alleen erg van belang je netwerk goed te onderhouden en uit te buiten!
![]()
Tekst: Justine Tjallinks
Illustratie: Niels Lindhout (speciaal gecreëerd voor dit artikel)
Sophie Carlier, 23
Willem de Kooning Academie Rotterdam
www.sophie.carlier.nu
Ze stond op Off Schedule in Amsterdam, de tentoonstelling Hyper Design in Sjanghai en is uitgenodigd voor de Salone Internationale del Mobile in april in Milaan. In juli 2006 studeerde ze af aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam na eerst de mbo modevakschool te hebben afgerond. “Ik wil me graag bewijzen en kan het mezelf knap lastig maken.”
Omschrijf je collectie in vijf woorden.
Verfijnd, gedetailleerd, clean, draagbaar, etnisch.
Wat betekent mode voor jou?
Mijn interesse voor mode begon tijdens de middelbare school. Daar was kleding belangrijk, het bepaalde je status en het liet zien tot welke stroming je behoorde. Dat vond ik interessant. Vanaf die periode was het zeker dat ik iets met mode wilde doen.
Wat maakt jouw collectie streetcredible?
Mijn collectie heb ik geïnspireerd op de dagelijkse kleding van mensen in Islamabad, Pakistan. Die is over het algemeen heel sober, bijna een uniform: een jurk, een wijde broek eronder en een colbert of vest. Door de westerse hulp ten tijde van de aardbeving zie je dat het straatbeeld is veranderd. De Pakistani dragen nu felgekleurde truien en felgekleurd plastic om zich tegen de regen te beschermen. Ik heb op deze kleding westerse varianten gemaakt. Een harembroek van jeans met zakken bijvoorbeeld. Het Pakistaanse ‘uniform’ heb ik vertaald door verschillende lagen jersey over elkaar in een T-shirtjurk te verwerken. Elementen als jeans en T-shirt komen steeds in mijn ontwerpen terug. Dat maakt mijn collectie streetcredible.
Wat inspireert je?
Ik word geïnspireerd door etnische invloeden in de westerse wereld en de verschillende culturen die in grote steden als Rotterdam leven. Die sociale en culturele aspecten van mode zijn interessant. Waarom houden Marokkanen zoveel van Gucci en Prada en dragen Afrikanen weer liever Comme des Garçons? Wat dragen Pakistani en Indiërs in Nederland?
Wie bewonder je binnen je vakgebied?
Ik bewonder jonge Britse ontwerpers zoals Jonathan Saunders en Ann-Sofie Black. Ze zijn lekker rebels en hebben experimentele silhouetten.
Waarom ga jij het maken?
Ik daag mezelf uit om steeds vernieuwend te blijven.
Renske de Kinkelder, 22
Amsterdam Fashion Institute www.karlijnepietersma.nl/Renske/Renske.html
Voor Renske de Kinkelder was de stap naar mode een logische: “Mijn moeder maakte vroeger veel kleding zelf. Ik vertelde haar dan precies hoe ik het wilde hebben.” Jurkjes in bubblegumkleuren combineert ze overtuigend met stug-leren elementen geïnspireerd op harnassen. Ze werkt, zoals ze het zelf zegt, graag ‘vanuit het materiaal’.
Omschrijf je collectie in vijf woorden.
Stoer, heldhaftig, zelfverzekerd, fantasierijk, meisjesachtig.
Wat betekent mode voor jou?
Mode is voor mij een speelplaats waar ik naar hartelust kan experimenteren met vorm, kleur en materiaal.
Wat maakt jouw collectie streetcredible?
Voor mijn collectie heb ik me laten inspireren door stoere, sterke vrouwen en het fenomeen bluffen. Wie mijn kleding draagt wordt, net als in een harnas, als vanzelf in de houding gezet; rechtop, schouders naar achteren en kin omhoog. Je straalt zelfverzekerdheid uit en dat maakt de drager streetcredible.
Wat inspireert je?
Dat kan een straatbeeld, een kunstwerk of soms zelfs een enkel zinnetje zijn. Voor mijn laatste collectie kwam de inspiratie in eerste instantie door een dichtregel: ‘Sweetest Tongue has Sharpest Tooth’. Daarnaast heb ik een fascinatie voor harnassen, contrasten en de specifieke eigenschappen van een materiaal. Ik werk heel graag met leer. Vooral tuigleer, het liefst met de littekens en brandmerken er nog in. Door middel van naden kun je er harde vormen van maken die tegelijkertijd ook zacht aandoen. Het is letterlijk een tweede huid.
Wie bewonder je binnen je vakgebied?
Ik heb geen idolen maar ik bewonder de mensen achter een collectie. Niet alleen de ontwerpers, maar ook de mensen die van een ontwerpschets een prachtig kledingstuk kunnen maken. Ambacht en vakmanschap dus.
Waarom ga jij het maken?
Omdat ik een eigen handschrift heb.
Esther Meijer, 25
Nieuw Jurk Artez Arnhem, modevormgeving www.nieuwjurk.nl
Haar nieuwe collectie noemt ze ‘een soort van glamhiphopcartoongabberclubkids’. Het is een ‘bijelkaarraapsel’ van kleding uit haar eindexamencollectie en nieuwe dingen die ze voor performances heeft gemaakt. Voor Esther Meijer liggen mode en entertainment dicht bij elkaar. Nieuw Jurk is de naam van haar label. “Het dragen van mijn kleding en het kijken naar mijn shows geeft je een enorme kick.”
Omschrijf je collectie in vijf woorden.
Vrolijk, humoristisch, over-the-top, draagbaar, verrassend.
Wat betekent mode voor jou?
Fijn aan mode vind ik dat je ‘kunst’ maakt die je meteen aan kunt trekken. Je bereikt makkelijk een publiek en het is te gek dat je met je kledingkeuze kunt laten zien wie je bent.
Wat maakt jouw collectie streetcredible?
Mijn kleding heeft een cartooneske uitstraling door mijn felle kleurgebruik en het uitvergroten van elementen uit jongerenculturen en sportswear. Ik combineer goedkope en dure stoffen met tweedehandskleding. Dan krijg je bijvoorbeeld een colbert van lila badstof, een trainingspak van stretch velours of een hoofddeksel met McDonald’s-verpakkingen. Ik houd van het verrassingselement ‘hoe-kom-je-erop’. Het dragen van mijn kleding is een feest!
Wat inspireert je?
Ik word vrolijk van mooie, maar net zo goed van lelijke dingen. Ik vind het heerlijk om op het Waterlooplein op mijn knieën in bergen kleding en rotzooi te graven. Het speelgoed dat na zessen overblijft, neem ik vaak mee naar huis. Kringloopachtige winkels met zo’n vieze jarennegentiguitstraling loop ik ook altijd even binnen.
Wie bewonder je binnen je vakgebied?
Walter van Beirendonck, Bernhard Wilhelm en Kokon To Zai. Zij benaderen mode positief en met humor. Als ik met iets van deze ontwerpers de winkel uit loop, word ik heel warm van binnen.
Waarom ga jij het maken?
Omdat mensen blij worden en energie krijgen van mijn kleding en shows. Iedereen wil toch een beetje lol in zijn leven?
Eleonore de Ruuk, 25
Amsterdam Fashion Institute www.eleonorederuuk.com
Oké, ze stond niet op Off Schedule, maar haar mix van grafische prints en hiphopelementen gestoken in een elegant jasje maakt Eleonore de Ruuk zeker het vermelden waard. Ze baseerde haar eerste collectie op Transformers en die daarna op kinderboeken. Herinneringen aan haar kindertijd vormen de grootste inspiratiebron voor De Ruuk, die bij toeval terechtkwam op het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). “Ik wilde eigenlijk niets met mode doen en zocht het meer in de grafische sector. Een vriendin van de middelbare school ging zich op het AMFI aanmelden en heeft me overgehaald om dat ook te doen.”
Omschrijf je collectie in vijf woorden.
Stoer, grafisch, gevarieerd, draagbaar, vernieuwend.
Wat betekent mode voor jou?Je kunt uit dagelijkse dingen inspiratie halen en dat vertalen naar kleding, dat vind ik interessant.Wat maakt jouw collectie streetcredible?Ik maak veel gebruik van hoodies, sweatstof en grafische prints, street-elementen zeg maar.Die combineer ik weer op een onverwachte manier. Een capuchon die tegelijkertijd een ketting is of een stropdas. Of een capuchon met rugzak. Ik houd van die street-elementen, maar ook van chic netjes. Het is leuk om die tegenstellingen in een kledingstuk te verwerken.
Wat inspireert je?
Inspiratie haal ik vooral uit mijn kindertijd. Speelgoed, boeken, tv-series en kunst uit de jaren tachtig. Voor mijn nieuwe collectie heb ik als uitgangspunt mechanical puzzles genomen, driedimensionale puzzels waar je uren zoet mee bent. Die waren toen populair. Dat heeft zich vertaald naar geknoopte kettingen van koord en prints met vlinders waarin de restvormen ingewikkelde geometrische patronen zijn geworden.
Wie bewonder je binnen je vakgebied?
Bernhard Wilhelm, omdat hij heel grafisch is en humor in zijn ontwerpen stopt. Preen, een label van een man en vrouw uit Londen. Ook heel grafisch, maar dat komt vooral in vorm en patroon tot uiting. Bruno Pieters combineert street met chic, wat mij erg aanspreekt. Veel zakken en capuchons, maar wel heel vrouwelijk.Waarom ga jij het maken?Door de combinatie van vernieuwing en draagbaarheid spreekt mijn collectie uiteenlopende doelgroepen aan, van jong tot oud.
Monique van Heist
June 20, 2007
Ze spreekt liever over mode dan over fashion. “Fashion klinkt me iets te hip in de oren.” Monique van Heist is van mening dat Nederland nooit een echt modeland zal worden. Daar zijn we volgens haar veel te nuchter voor. Toch ziet ze de toekomst wat dat betreft niet somber in. Van Heist studeerde in 2004 af aan het Fashion Institute te Arnhem en heeft sindsdien haar sporen ruim verdiend als ontwerpster. Daarnaast geeft ze ook les aan de nieuwe lichting mode talent aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.
Wat heb jij met mode?
“Mode is overal. Dat maakt mijn werk als ontwerper ook zo boeiend. Ik ben er de hele dag mee bezig en krijg op de gekste momenten inspiratie. Als ik boodschappen doe en een vrouw met een zelfgebreid mohair vest in de supermarkt zie of een bouwvakker, moslimmannen met een jurk over hun kleren, briefjes die ik op straat vind, mannen met baarden, verwassen t-shirts. Er zit blijkbaar een radar op mijn hoofd die de juiste dingen signaleert en ik weet dat dan weer om te zetten in verkoopbare kleding.
Hoe zie je de toekomst van Nederland als modeland?
Het zit in alle lagen van de bevolking en heeft een belangrijke sociale context. Jammer dat veel media daar zo oppervlakkig mee omgaan. Heel gezellig dat RTL Boulevard er aandacht aan besteedt, maar er wordt nooit ingegaan op het hoe en waarom. Aan de andere kant, Nederland zal ook nooit een echt modeland worden. Daar zijn we veel te nuchter voor. Dat is prima, maar door die nuchterheid schaffen Nederlanders vaak uit praktisch oogpunt kleding aan. Ook al is er niet meteen een speciale gelegenheid voor, we mogen onszelf best wel eens wat vaker opdoffen. Zomaar een mooie jurk aantrekken kan je hele dag een ander gevoel geven. Mode moet zich ook niet aan één land binden, het is heel belangrijk om over de grens te blijven kijken. Dat neemt niet weg dat Nederlanders best een beetje opgevoed mogen worden op modegebied. Het ontwerptalent dat ik lesgeef aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht kan zijn werk doen de komende tijd.
Hoe staat het met die nieuwe generatie?
Het is leuk om te zien dat mijn studenten al vroeg een uitgesproken stijl hebben en daar volop mee experimenteren. Ze verwerken hun eigen kledingstijl in hun ontwerpen door die uit te vergroten of te overdrijven. Een studente heeft bijvoorbeeld vaak haar jas ondersteboven aan. Dat geeft een heel mooi silhouet. Als docent probeer ik ze te benaderen als volwaardige ontwerpers. Ik denk dat dat ook bijdraagt aan hun snelle ontwikkeling, hoewel dat ook echt iets is van deze generatie.
Leg uit?
Door internet is er veel meer toegang tot informatie en kan er sneller gecommuniceerd worden. Toen ik studeerde moest ik me ‘behelpen’ met bladen en de bibliotheek. Een voordeel daarvan is dat je je als ontwerper een stuk autonomer kon ontwikkelen. Door de overkill aan informatie wordt er, bewust én onbewust, veel meer gekopieerd. Mijn studenten zijn gelukkig onleergierig, hoewel ik ze ook wel een beetje lui vind. Dat vergeef ik ze hoor, er gebeurt zo ontzettend veel om je heen als je net gaat studeren.”